Je blijft er aan plakken

Je blijft er aan plakken

Waar gebeurd: Er loopt een Spaanse meneer te racen over Schiphol. Je zou denken op zoek naar zijn gate. Maar nee, hij spreekt een Amerikaanse dame aan en samen gaan ze op zoek naar de winkel met de meest uitbundig verpakte stroopwafels. “I can’t go home without them’’. Beiden zijn zo blij als een kind in de spreekwoordelijk snoepwinkel als ze een schap vol van dat Oud-Hollandse lekkers vinden. De Spaanse heer zal overigens zijn vlucht missen, hij is niet weg te slaan bij de stroopwafels.

Wij vragen ons dan af, hoewel we zelf als Nederlanders ook dol zijn op deze traktatie, waar komt de vermaardheid van de stroopwafel vandaan? Dat koekje dat internationaal ook zo genoemd wordt, vertalen heeft geen zin blijkbaar. Eerst maar eens een stukje historie.

Houd je waffel

De enige echte stroopwafel stamt uit Gouda, waarschijnlijk voor het eerst als zodanig gebakken rond 1810. Maar al veel eerder, in de ijzertijd, bakten ze al platte koeken tussen twee ijzers.

In de dertiende eeuw was er in Nederland sprake van een wafelbakkersgilde en zoals dat ging in die tijd mochten alleen mannen lid zijn van zo’n gilde. En werd het bakken overgelaten aan de vrouwen, een wafelijzer was onderdeel van de uitzet zelfs. Het ijzer werd boven een open vuur gehouden om het deeg te laten garen en intussen werd er natuurlijk lekker geroddeld en gekletst met het gevaar van verbranding. Ofwel: ‘’Houd je waffel dicht!’’

In de 16de eeuw werden de platte koeken gebakken voor Pasen. De ijzers werden mooier en mooier en zijn te zien op schilderijen van Hieronymus Bosch en Pieter Bruegel de Oude.

Ook Anna van Buren, de vrouw van Willem van Oranje, schafte een wafelijzer aan voor haar uitzet. Aan de ene kant van het ijzer zag je de aanbidding door de Drie Koningen, aan de andere het wapen van de Van Buren’s. Museum Boymans van Beuningen schijnt een schilderij te hebben van Cornelis Dusart (1660 – 1704) met daarop carnavalsvierders die een wafelijzer met zich meedragen. De bakkers reisden rond en boden hun waar aan. In die tijd (en ook al daarvoor) werden ook “ijzerkoeken” aan de kinderen uitgedeeld, als zij langs de deur Nieuwjaarsliedjes kwamen zingen.

Eind 19e, begin 20e eeuw waren er tientallen stroopwafelbakkerijen in Gouda. Of het er nou meer dan dertig waren of zelfs honderd, daar zijn de meningen over verdeeld. Vanaf de jaren ’20 en ’30 ontstonden er fabrieken die stroopwafels bakten en werden de wafels niet alleen bij de bakker, maar ook bij de kruidenierswinkels verkocht. En later in de supermarkt, in Gouda, in Nederland, wereldwijd!

Stroopwafels zijn overal, en voor iedereen bereikbaar. Warm en uit het vuistje vind je ze bijna alleen op de markt, zoals in de 17e eeuw tijdens het carnaval. Maar de stroopwafel lijkt aan een opmars toe. Verspreid door het land ontstaan er ambachtelijke initiatieven voor verse wafels. Patissiers, chefs en liefhebbers gaan culinair experimenteren. En ze bakten nog lang en gelukkig.

In de toeristenbranche is het tegenwoordig zo dat buiten De Wallen en de pretsigaretjes, de stroopwafel het meest bekend en geliefd is. En ja, de verpakking doet er toe!

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Social Icon
  • YouTube Social  Icon
  • Pinterest Social Icon
  • Instagram Social Icon